Belgische fotograaf zoekt tevergeefs naar de ziel van nieuwe hoofdsteden: ‘Ze getuigen allemaal van megalomanie’

Nick Hannes richtte voor de indrukwekkende reeks New Capital zijn blik en zijn lens op zes hoofdsteden die uit het niets werden opgebouwd. ‘Door hun design kúnnen ze bijna niet gezellig worden. Alles is op megaschaal ontworpen, de menselijke maat is weg.’

Tekst Sofie Mulders

Wie zijn oeuvre nog niet kent, hoeft maar naar de oprit van zijn huis te kijken om te weten hoe Nick Hannes in het leven staat. ‘Geen industrie hier’, lees je op een groot houten bord op palen. ‘Red de Keer’, zie je her en der bij andere huizen wanneer je zijn straat wat verder volgt. De Keer is het gebied dat achter deze huizen ligt. Een agrarisch gebied dat er nu nog groen uitziet, maar waar de Vlaamse overheid een nieuwe industriezone plant. Alsof er nog niet genoeg bestaande industriezones in Vlaanderen zijn, zucht Hannes, die ondertussen zowat de woordvoerder van het actiecomité tegen de plannen is geworden.

We hebben in de keuken plaatsgenomen, aan een tafel die bezaaid ligt met papieren. In een ouderwetse percolator pruttelt koffie. Buiten snelt af en toe een poes voorbij het raam, en één keer ook een groepje kippen.

Het thuisfront staat in schril contrast met de afgemeten steden die Hannes de afgelopen ­jaren heeft bezocht. Zes zogenaamde nieuwe hoofdsteden op drie verschillende continenten deed hij tussen augustus 2021 en mei 2023 aan: Astana (Kazachstan), Sejong (Zuid-Korea), New Administrative Capital (Egypte), Brasilia (Brazilië), Abuja (Nigeria) en Nusantara (Indonesië). In elk van die steden bleef hij twintig dagen, behalve in Egypte. Daar werden het er uiteindelijk maar vier, omdat de nodige toelatingen om te fotograferen telkens weer vertraging opliepen.

‘Zo kijk ik naar de wereld: als een schouwtoneel dat zich voor mijn ogen afspeelt. Vaak gaat het om een realiteit die me verbijstert. Dan zet ik een stapje achteruit en leg ik ze vast’

Nieuwe steden worden vanaf nul gebouwd, op een plek waar nog nooit eerder een stad was. “Architecten ontwerpen ze vanachter een bureau”, zegt Hannes, “en dan worden ze vaak in heel korte tijd gebouwd. Meestal vloeien ze niet voort vanuit de behoeften of wensen van de bevolking, maar zijn ze eerder een politiek project van de machthebbers van het land.”

Nieuwe hoofdsteden zijn geen recent fenomeen. Washington D.C. (eind 18de eeuw) is er een. Canberra in Australië (begin 20ste eeuw) ook. In China worden overigens voortdurend nieuwe steden gebouwd, zegt Hannes, maar hij wilde zich op hoofdsteden concentreren, omdat die toch het uithangbord zijn van een land. “Bovendien vond ik het een leuke woordspeling. ‘Capital’ betekent hoofdstad maar ook kapitaal. De zes hoofdsteden die ik heb bezocht, zijn allemaal ontzettend dure projecten en betekenen een enorme schuldenlast voor de generaties erna.”



De Metropolitan Cathedral, ontworpen door Oscar Niemeyer, is het meest iconische bouwwerk van de hoofdstad Brasilia.

Zwembad op het dak van St. Paul Plaza Hotel in Brasilia.

Een bruid maakt zich klaar voor een fotoshoot voor het planeetvormige Honestino Guimarães Nationaal Museum, ontworpen door Oscar Niemeyer, in Brasilia.

Hannes bezocht nieuwe hoofdsteden van drie generaties: Brasilia werd al in de jaren 50 gebouwd, Astana en Abuja tussen 1980 en 2000. Sejong werd in 2012 voltooid. New Administrative Capital en Nusantara zijn de meest recente: daar begon men respectievelijk in 2016 en 2022 met het bouwen van de stad.

Dat deze zes steden verspreid liggen over drie continenten − Azië, Afrika en Zuid-Amerika − vond Hannes ook belangrijk. “Nieuwe steden beginnen steeds meer op elkaar te lijken, of ze nu in de woestijn liggen, of in de savanne of aan tropisch regenwoud. Ondanks hun geografische verschillen zijn ze bijna inwisselbaar.”

New Capital is voortgevloeid uit Hannes’ vorige project Garden of Delight, waar hij het leven in Dubai fotografeerde. De stadsontwikkeling daar wordt elders ter wereld gewoon gekopieerd, vertelt hij. In Abuja en in de nieuwe hoofdstad van Egypte deelden woordvoerders hem onomwonden mee dat Dubai hun grote voorbeeld is.

“Ik denk dat het broodnodig is om na te denken over hoe we duurzame en sociaal inclusieve steden kunnen bouwen”, zegt Hannes. “De wereldbevolking blijft stijgen, en dus moeten er wel nieuwe steden en uitbreidingen van steden komen. De grote vraag is alleen: hoe moeten ze eruitzien? Ik geloof niet dat het neoliberale stadsmodel, waar alles in functie staat van zo veel mogelijk winst maken, de oplossing is. Niet voor sociale problemen en niet voor ecologische problemen.”

Hannes heeft zijn sporen als documentaire­fotograaf ondertussen ruimschoots verdiend, en ook dit nieuwe project is op zijn zachtst gezegd indrukwekkend te noemen. Er valt zoveel te ontdekken in zijn scherpe, uitstekend gecomponeerde taferelen. New Capital is een lust voor het oog en voor het brein. Nu eens bekijk je het met een frons, dan weer met een glimlach, maar vrijblijvend is het nooit. Je móét wel iets vinden van wat Hannes laat zien. Met de foto’s over de nieuwe hoofdstad van Egypte won hij vorig jaar overigens al de World Press Photo.



Sky Beach Club is een artificiële lagune in het shopping en entertainment complex Khan Shatyr, een tentvormige constructie die werd ontworpen door Norman Foster.

De Northern Lights en Emerald Towers langs Nurzhol Boulevard, een monumentale as van ‘starchitecture’ doorheen centraal Astana, Kazachstan.

Het waterpeil van de ondiepe Ishim-rivier, die Sovjet-Astana scheidt van de nieuwe stad, wordt met een dam kunstmatig geregeld om uitdroging te voorkomen.

Is het toeval dat er geen nieuwe hoofdsteden uit Europa of de Verenigde Staten in je selectie zitten?
“Er zijn geen recente nieuwe hoofdsteden in Europa of de VS te vinden. De redenen waarom zo’n nieuwe hoofdstad wordt gebouwd, zijn er gewoon minder aan de orde. Jakarta in Indonesië, bijvoorbeeld, is aan het wegzinken en staat meer wel dan niet onder water. Daar moest een oplossing voor komen. Of dat dan een nieuwe stad aan de rand van tropisch regenwoud moet zijn, is een andere vraag. Er zijn ook landen die na hun onafhankelijkheid afscheid wilden nemen van hun oude, koloniale hoofdstad. Daarom werden Brasilia en Abuja gebouwd.”

De Australische Dorina Pojani, professor stadsplanning aan de universiteit van Queensland, schreef het voorwoord van je boek. De zes steden die jij hebt gefotografeerd staan symbool voor het patriarchaat, stelt ze.
“Waarmee ze bedoelt dat zulke steden meestal hersenspinsels van autoritaire, machistische leiders zijn. Dat is overigens nog een reden waarom nieuwe hoofdsteden niet zomaar in Europa of de VS gebouwd worden. In autoritaire regimes zoals dat van Nazarbajev, die tot 2019 president van Kazachstan was, en al-Sisi, president van Egypte, is het veel gemakkelijker om een megaproject te ontwikkelen zonder dat er een democratisch proces aan voorafgaat. ­Sejong is een uitzondering, daar heeft de bevolking wel degelijk inspraak gekregen.

“Overigens zullen zowel Egypte als Indonesië nu al een Olympic City in hun stad bouwen, om op termijn de Olympische Spelen te kunnen binnenhalen. In New Administrative Capital komt ook een pretpark dat zes keer groter is dan Disneyland. Daarnaast bouwen ze er ook het Octagon − het ministerie van Defensie, naar analogie met het Pentagon, maar dan gigantisch veel groter −, de grootste toren van Afrika, en de grootste kathedraal van het Midden-Oosten. Het getuigt allemaal van een grote megalomanie.”

Pojani schrijft ook: deze steden zijn mislukt. Ben je het daarmee eens?
“Mislukt is misschien sterk uitgedrukt. Sommige steden zijn nog niet eens af. En je moet ook wat geduld hebben. Het zal generaties vragen voor zo’n stad begint te leven of een ziel krijgt. Zelfs van Brasilia, dat ondertussen al zestig jaar oud is, kun je niet zeggen dat het een heel aangename stad is.

“Het probleem ligt in de lay-out van die steden. Door hun design kúnnen ze bijna niet gezellig worden. Alles is breed uitgesmeerd en op megaschaal ontworpen: immense shoppingmalls, uitgestrekte wegen, monumentale gebouwen. De menselijke maat is weg. Meestal wordt zo’n stad ook in zones opgedeeld: een zone voor wonen, een zone voor de hotels, en een zone voor de kantoren, waardoor je vaak levenloze buurten krijgt.”



Chauffeurs van driewielige motortaxi’s wachten op klanten nabij een ommuurde residentiële wijk in Abuja, Nigeria.

De menselijke maat is weg, zeg je, en dat zie je ook in je foto’s: het lijkt alsof de mensen poppetjes zijn, in een decor van steen en beton.
“Ja, zo kijk ik naar de wereld: als een schouwtoneel dat zich voor mijn ogen afspeelt. Alleen is het geen toneel en zijn het geen acteurs, maar is het de realiteit. Vaak gaat het om een realiteit die me verbijstert. Dan zet ik een stapje achteruit en leg ik ze vast. Ik maak nooit deel uit van de actie. Ik ensceneer ook nooit iets.

“Je zou kunnen zeggen dat ik stedelijke landschappen maak. Er is weliswaar menselijke aanwezigheid, maar ik heb niet de behoefte om persoonlijke verhalen op te zoeken in zulke anonieme steden. Het gaat mij niet om de individuele mens, wel om de verhouding tussen de mens en de stad.

“Toch zitten er in dit boek een paar portretten. Dat is nieuw. Portretten doe ik niet zo vaak, maar deze keer heb ik wel enkele arbeiders geportretteerd. Ik vond het belangrijk om hen op een voetstukje te zetten. Want dit zijn de mannen die de nieuwe steden bouwen maar er zelf nooit zullen kunnen wonen, omdat ze daar niet genoeg geld voor hebben.”

Wanneer kan zo’n nieuwe stad dan wel ‘gelukt’ zijn?
“Als ze duurzaam is. En niet alleen gebouwd wordt voor de elite en de hogere middenklasse, zoals nu wel het geval is. Aan sociale woningen is niet gedacht. In Egypte, bijvoorbeeld, zullen de meeste inwoners van Caïro nooit iets kunnen betalen in de nieuwe hoofdstad. Wie er trouwens wil komen werken of wonen, wordt gescreend op zijn loyaliteit aan al-Sisi en het regime, en wie er een eigendom wil kopen, moet goedkeuring krijgen van het ministerie van Defensie. Je kunt dan wel in luxe leven in die stad, maar je moet er wel je vrijheid voor opgeven.

“Sejong in Zuid-Korea is de enige van de zes steden die iets meer op menselijke maat ontworpen is. Het is een ringvormige stad, met in het midden een grote groene zone. Er is ook een snel netwerk van openbaar vervoer, en de wegen zijn minimaal gehouden.”

Over Sejong schrijf je verder nog: de parkings zijn ondergronds, de afvalverwerking gebeurt ondergronds, er zijn experimenten met robots en drones om pakjes af te leveren en zo het autoverkeer te verminderen, en er is geen armoede en geen criminaliteit. Er zijn ergere steden om in te wonen, denk ik dan.
“Op zich is het leven daar best aangenaam, georganiseerd en efficiënt. Maar het is er ook erg saai. (lacht) Bovendien word je er voortdurend gescreend. Overal hangen camera’s. Als je nog maar door een rood licht loopt, gaat er een alarm af op straat en stuurt een stem je terug. Ik heb de controleruimte bezocht van het centrum waar alle beelden binnenkomen, en toen besefte ik: Jezus, ze zien hier echt álles.

“Het tegenovergestelde van Sejong is Abuja. Iedereen die het zich kan permitteren, woont er achter muren met prikkeldraad. Binnen zo’n compound heerst de luxe, met statige villa’s en SUV’s op de oprit. Maar rondom Abuja liggen wel sloppenwijken. Mijn hotel lag ook in een compound. De laatste dag heb ik het gedurfd om even alleen over straat te lopen, maar het is een gevaarlijke stad. Jihadisten en criminele groeperingen in Nigeria hebben een businessmodel gemaakt van het ontvoeren van buitenlanders. Abuja is de enige stad waar ik met een fixer heb gewerkt.”



Baseballclub in Sejong, de nieuwe administratieve hoofdstad van Zuid-Korea, 125 km ten zuiden van Seoel.

Lee Min-ae runt een vastgoedkantoor in Sejong, na Seoel de duurste stad van Zuid-Korea.

Bangchukcheon Riverside Park in Sejong. Tot 2007 was dit landbouwgebied.

Je wandelde voortdurend rond met een camera rond je nek, je werkt met flits, en in sommige van de nieuwe hoofdsteden, zoals in Egypte, woonde zelfs nog niemand. Je was dus wel heel aanwezig. Onopgemerkt fotograferen kon bijna niet?
“Nee, maar sowieso maak ik zelden stiekem foto’s. De meest comfortabele manier van werken voor mij is dat ik me kenbaar maak als fotograaf, en eventueel zelfs toestemming vraag om te fotograferen. Ik ben ervan overtuigd dat als je beelden kunt maken in een sfeer van openheid, je achteraf weinig problemen kunt krijgen. Als mensen meewerken, waarom zouden ze dan later gaan protesteren?

“Ik móét trouwens wel dicht bij de mensen komen. Ik werk met een groothoeklens en dan kun je niet, zoals bij telelenzen, ver van je onderwerp blijven staan. Bovendien wil ik ook niet met te veel materiaal rondzeulen. Er waren dagen bij dat ik twintig kilometer stapte in zo’n stad, dan is één camera en één lens meer dan genoeg.”

Nick Hannes geeft nu vijftien jaar les op het KASK in Gent, waar hij documentairefotografie doceert. Dat doet hij halftijds, zodat hij daarnaast aan zijn eigen projecten kan werken. Want die zijn voor hem het allerbelangrijkste. En vragen ook veel tijd. De dikke documentatiemap over New Capital die naast hem op tafel ligt, zegt genoeg. Voor een assistent heeft hij geen geld, lacht hij, en dus doet hij alles zelf. “Research, vluchten en hotels boeken, toelatingen aanvragen, fotograferen, foto’s afwerken, op zoek gaan naar publicaties of mogelijke tentoonstellingen, eventueel subsidies aanvragen.”

Het lijkt me een manier van werken waarbij je niet te veel mag nadenken over een kosten-­batenanalyse, zeg ik hem. Hij knikt: “Ik hou er wel iets aan over, maar je mag het inderdaad nooit afwegen tegen al de tijd die je erin steekt. Want dan werk ik tegen 2 euro per uur, of zelfs nog minder. Nee, ik doe dit omdat het de essentie is van wie ik ben als fotograaf.”

‘Aan sociale woningen is niet gedacht. In Egypte bijvoorbeeld, zullen de meeste inwoners van Caïro nooit iets kunnen betalen in de nieuwe hoofdstad’

Is er nog een toekomst voor journalistieke documentairefotografie in een tijd waarin ­iedereen fotograaf is?
“Natuurlijk. Misschien is iedereen fotograaf, maar op welke manier? Als hobby, tussen de andere bedrijven door? Iedereen kan schrijven, maar is daarom iedereen een schrijver? Een relevant fotoproject creëren, goede foto’s maken en een oeuvre opbouwen, daar is toch nog altijd enige vakkennis en ervaring voor nodig.

“Ik denk ook dat je als documentairefotograaf een obsessie met je onderwerp moet hebben. Ik heb mij de laatste jaren erg verdiept in verstedelijking en in de consequenties ervan, omdat het een thematiek is die me enorm ­fascineert.”

Waar komt die fascinatie vandaan?
“Ze is ontstaan tijdens mijn reizen langs de Middellandse Zee. In 2010 begon ik de teloorgang van het natuurlijke landschap in Spanje en Turkije te fotograferen. Alles werd er volgebouwd, met hotels en appartementencomplexen. Die serie (‘Mediterranean. The Continuity of Man’, red.) heeft de basis gelegd voor de serie over Dubai. En die heeft op zijn beurt tot dit project geleid. Ik denk dat je mijn oeuvre wel kunt beschouwen als een maatschappijkritisch werkstuk over de teloorgang van het landschap en de impact van urbanisatie.”



Zuid-Soedanese studenten werken als arbeider in Egyptes nieuwe hoofdstad om hun studies aan de universiteit van Caïro te kunnen betalen.

Eetstalletje bij de Kathedraal van de Geboorte van Christus in de Nieuwe Administratieve Hoofdstad van Egypte. Met plaats voor 9200 gelovigen is het de grootste kerk van het Midden-Oosten.

Marktdag in Sepaku, een dorp gesitueerd op de plek waar de nieuwe Indonesische hoofdstad Nusantara zal worden gebouwd.

Wat hoop je met je werk te bereiken?
“Ik heb zelf niet de oplossing in pacht over hoe we met verstedelijking moeten omgaan, maar ik reik de kijker wel een soort van spiegel aan: wat vind je zelf van deze ontwikkelingen? Mensen hoeven het ook niet met mij eens te zijn. De teksten in mijn boek geven wat duiding bij de foto’s, maar haal die teksten weg, en het zou best kunnen dat mensen al dat beton gewoon mooi vinden.”

Je geeft nu vijftien jaar les. Zie je een ­inhoudelijke evolutie bij je studenten?
“Eigenlijk wel. Misschien heeft het met corona te maken, maar er worden de laatste jaren veel verhalen gemaakt waarbij de blik erg op het eigen ik wordt gericht. Op persoonlijke trauma’s bijvoorbeeld, of familieverledens. Het soort fotografie dat ik doe, de blik op de wereld richten, zit wat in de verdrukking. Terwijl fotografie voor mij juist de sleutel is om de wereld in te trekken en op plekken te komen waar ik normaal gezien niets te zoeken heb. Als ik mezelf wil zien, kijk ik wel in de spiegel. (lacht)

“Misschien heeft het ook met een andere evolutie te maken, namelijk dat het moeilijker geworden is om in de openbare ruimte foto’s te maken. Er is de laatste jaren veel gevoeligheid rond privacy ontstaan, en dat heeft geleid tot angst om mensen te fotograferen. Jammer. Want je doet als fotograaf echt niets verkeerd als je op een publieke plaats foto’s maakt. Ik hield daarnet een pleidooi om open en beleefd te werken, maar af en toe moet je ook een beetje lef hebben en de grenzen wat rekken om iets gedaan te krijgen.”

Nog één onvermijdelijke vraag in deze tijden: hoe gaat een fotograaf als jij, die nog analoog is opgeleid, om met AI in de fotografie?
“Ik gebruik het niet. Nu ja, de eenvoudigste tools van Lightroom en Photoshop hebben ook al AI in zich, dus wanneer je een luchtpartij ­selecteert om die net iets donkerder te maken, gebruik je het eigenlijk wel. Maar ik kom uit de traditie van documentairefotografie waarbij niet geknipt, geplakt of geënsceneerd wordt. En daar blijf ik trouw aan. Het beeld dat ik aflever, is dus het beeld dat ik voor mijn lens heb ­gehad.

“Nee, AI interesseert me niet. Ik ben fotograaf geworden om de wereld te zien en mensen te ontmoeten. Niet om achter mijn computer beelden te maken die losstaan van de realiteit.”

De tentoonstelling New Capital loopt van 16 maart tot 18 mei in Be-Part, Platform voor actuele kunst (Gemeenteplein 12, Waregem).

Nick Hannes, New Capital, Lannoo, 208 p., 45 euro.